Ik ben het boek ‘Gefeliciteerd, het is een…gehandicapt kindje’ van Stephanie Kaars aan het lezen en hoe verder ik kom, hoe meer ik besef wat een geluk wij hebben gehad met Liz. Dat had toch heel anders kunnen aflopen…
…Maandagochtend 5 april 2004.
“Shit. De bevalling is nog niet begonnen,” is het eerste dat er door mijn hoofd schiet als ik om een uur of 7 wakker word. Ik kan een gevoel van teleurstelling niet helemaal onderdrukken. Ergens had ik toch nog hoop dat de bevalling vanzelf zou beginnen, maar helaas.
Er zit dus niets anders op dan te douchen, aan te kleden en de laatste spullen in de tas te doen die beneden al klaar staat. Vandaag word ik ingeleid, want ik ben 42 weken en 1 dag zwanger en ons wondertje is nog niet van plan om zelf te komen.
Het is mijn eerste bevalling, dus ik heb geen vergelijkingsmateriaal, maar ingeleid worden is zeker geen pretje. De weeën volgen elkaar veel te snel op doordat het weeopwekkend middel dat ik via het infuus binnen krijg steeds wat wordt verhoogd.
Na 10 zware uren heb ik nog steeds maar een krappe5 cmontsluiting. Aan de monitor ziet de verloskundige dat ons kindje het niet fijn meer vindt en voor ik het weet staat er een gynaecoloog aan mijn bed. Hij zet een knip tijdens een wee en rukt (want zo mag je het echt wel noemen) met de vacuümpomp ons kindje eruit. Redelijk van de wereld kijk ik naar het bebloede wezentje dat op mijn borst wordt gelegd. Er ontsnapt een diepe zucht. Het zit erop…eindelijk is het voorbij. Ons kindje is geboren.
“Wat is het eigenlijk,” vraag ik met een bibberige stem. “Het is een meisje,” hoor ik naast me iemand zeggen. Dus toch! Al vanaf het begin van mijn zwangerschap had ik het gevoel dat ik een meisje zou krijgen en ik was eerlijk gezegd ook heel erg verbaasd geweest als er een jongetje uit was gekomen.
Die nacht slaap ik vreselijk onrustig. Iedere keer beleef ik mijn bevalling opnieuw en badend in het zweet schrik ik keer op keer wakker. Liz blijkt ook niet zo’n fijne nacht te hebben gehad, begrijp ik van de verpleegster die haar ’s morgens bij me komt brengen. Ze was misselijk en heeft veel gespuugd, maar dat hoort er blijkbaar bij als je met behulp van een vacuümpomp bent geboren.
Achteraf denk ik dat ze toen al ziek was, maar dat de verpleging het op de bevalling gooide. Rond tien uur komt er een arts-assistent mijn kamer binnen lopen om Liz te onderzoeken. “Ik neem uw kindje nog even mee voor een controle,” zegt ze na één blik op mijn meisje te hebben gericht. Ik ben te moe om te vragen waarom en laat het gelaten toe. Wanneer ze even later zonder mijn meisje, maar met een verpleegkundige aan mijn bed gaat zitten, voel ik een koude rilling langs mijn rug gaan.
Wordt vervolgd…
Martine Delcour strijd voor meer onderzoek naar de nieraandoening Nefrotisch Syndroom. Klik hier voor de website van Martine Delcour voor meer informatie.