-
Geen regeling voor zwangere ondernemers
Vrouwelijke zelfstandige ondernemers hoeven van de staat geen inkomensbescherming te krijgen tijdens hun zwangerschap. Dat heeft de rechtbank in Den Haag vandaag bepaald in een proefproces dat de FNV en het Proefprocessenfonds Clara Wichmann tegen de Nederlandse staat hadden aangespannen.
Sinds het afschaffen van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen Zelfstandigen (WAZ) in augustus 2004 zijn zwangere ondernemers aangewezen op private verzekeraars. Deze verzekeringen zijn voor veel vrouwen te duur, stelden FNV en Clara Wichmann. Bovendien zouden lang niet alle verzekeraars dekking bij zwangerschap bieden en moeten vrouwen vaak eerst twee jaar verzekerd zijn voor zij in aanmerking komen voor een uitkering. Hierdoor zou sinds het afschaffen van de WAZ de helft van de vrouwelijke zelfstandige ondernemers niet zijn verzekerd voor een inkomen tijdens zwangerschapsverlof.
Volgens de eisende partijen is het principieel onjuist dat Nederland geen inkomensbescherming biedt aan zwangere ondernemers. Dit zou strijdig zijn met het VN-vrouwenverdrag en met Europese richtlijnen. Ook de Commissie Gelijke Behandeling stelde begin deze maand in een advies aan het kabinet dat een financiële tegemoetkoming hard nodig is. Nederland zou het enige land zijn in de groep van 29 landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte dat geen inkomensvoorziening heeft tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof voor zelfstandig werkende vrouwen.
Een meerderheid in de Tweede Kamer is al langer voorstander van een publieke inkomensregeling voor zwangere ondernemers. Minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner (CDA) gaf eerder echter aan dat hij niet in staat is om voor het nieuwe jaar met voorstellen te komen.
De rechter oordeelde vandaag dat er geen nieuwe publieke regeling hoeft te komen. Bovendien hoeven vrouwen die sinds 2004 zijn benadeeld door het afschaffen van de WAZ geen schadevergoeding te krijgen. Dit hadden de eisende partijen gevorderd. De staat hoeft niet terug te komen op het besluit om de WAZ af te schaffen, oordeelde de rechter, aangezien uit de verschillende richtlijnen niet zou blijken dat hij daartoe een verplichting heeft.
Zo bevat het VN-vrouwenverdrag geen directe en eenduidige voorschriften over een publieke regeling voor zwangere ondernemers, stelde de rechter. Hierdoor gaat er 'geen rechtstreekse werking' van het verdrag uit, zodat de eisende partijen zich er niet op kunnen beroepen. Ook zijn er volgens de rechtbank 'sterke aanwijzingen' dat het verdrag alleen betrekking heeft op vrouwen die in loondienst werken. Verder zou ook uit de Europese Zelfstandigenrichtlijn niet blijken dat de overheid wordt verplicht om een publieke regeling op dit gebied te treffen.
bron: elsevier.nl
|